Hoe handelingsgericht werkt onze school?

Hoe handelingsgericht werkt onze school?

In dit schema staan drie kolommen. Je kunt natuurlijk zelf meer kolommen toevoegen, zoals competenties of ondersteuningsbehoeften. Ook kun je de eerste kolom aanpassen aan de schoolvisie, zolang deze aanpassing maar conform het betreffende uitgangspunt blijft.

HGW dieren voor boom

De uitgangspunten van HGW en mijn dagelijks werk Wat doet de school al handelingsgericht? Recente voorbeelden? Wat is het effect ervan? Wat zou je school handelingsgerichter kunnen doen? Hoe? Concrete suggesties?
1. Onderwijsbehoeften

Het gaat mij/ons er meer om wat een leerling nodig heeft dan om wat hij heeft (probleem).

Ik vraag me af wat leerlingen nodig hebben om een doel te kunnen bereiken en benut daarbij de hulpzinnen over:

–          instructie

–          leertijd

–          opdrachten of taken

–          leeractiviteiten

–          leeromgeving

–          materialen

–          feedback

–          groepsgenoten

–          leerkracht

–          ouders

Daarna vraag ik me af: wat bied ik hiervan al? Wat zou ik meer kunnen bieden en hoe?

In gesprekken en observaties richt ik me op de afstemming van mijn aanpak op de onderwijsbehoeften van mijn leerlingen.

In mijn groepsplan e.a. plannen staan hulpzinnen onderwijsbehoeften. Ik probeer mijn aanpak hier zo veel mogelijk op af te stemmen.

In gesprekken met collega’s, leerlingen en hun ouders probeer ik erachter te komen wat de onderwijsbehoeften zijn.

2. Afstemming en wisselwerking

Bij de analyse van een situatie richt ik me op deze leerling in deze groep, bij deze leerkracht, in deze school en van deze ouders.

In gesprekken over mijn leerlingen analyseer ik ook de afstemming en wisselwerking tussen mij en deze leerling(en) en ouders? Welke interactiepatronen zijn ontstaan? Welke positieve patronen wil ik uitbreiden? Welke negatieve patronen wil ik ombuigen?

Bij een observatie of groepsbezoek kijken we naar de wisselwerking. Hoe kan ik beter afstemmen op wat deze leerling(en) nodig heeft (hebben)?

Ik experimenteer door mijn aanpak bewust te veranderen en na te gaan wat het effect ervan is: werkt het?

3. De leerkracht doet ertoe

Ik ben ervan overtuigd dat ik het leren, de werkhouding, het sociaal-emotioneel functioneren van al mijn leerlingen positief kan beïnvloeden.

Ik reflecteer op mijn persoonlijke opvattingen over collega’s, leerlingen en hun ouders, ik ben me ervan bewust dat deze bepalend zijn voor mijn handelen. Ik vraag me af wat mijn eigen rol is: wat is het effect van mijn gedrag op het gedrag van mijn collega’s, leerlingen of hun ouders? Ik verdiep me ook in vakliteratuur (theoretische reflectie).

Ik behandel niet alle leerlingen hetzelfde, maar experimenteer met verschillende aanpakken bij verschillende leerlingen: wat werkt goed bij welk kind?

Ik geef duidelijk aan wat ik als leerkracht nodig heb om een bepaalde aanpak in mijn groep te kunnen realiseren. Ik formuleer mijn eigen ondersteuningsbehoeften en benut daarbij de hulpzinnen over:

–          kennis

–          vaardigheden

–          collega’s

–          IB

–          leidinggevende

–          ondersteuning

–          materialen

–          ‘meer handen in de klas’

–          ouders

4. Positieve kenmerken

Ik zoek gericht naar de sterke kanten en interesses van mijn leerlingen, mijn groep, mezelf als leerkracht, ons schoolteam en de ouders.

Ik ga na wanneer het gewenste gedrag wél lukt (ik zoek naar de uitzondering) en analyseer hoe dat zou komen.

Ik zie/hoor de positieve aspecten bewust.

Ik benoem ze naar betrokkenen.

Ik noteer ze in rapporten, formulieren en verslagen.

Ik benut ze in mijn aanpak.

In elk gesprek over een leerling zorg ik ervoor dat de positieve aspecten aan de orde komen.

Bij iedere observatie kijk ik gericht naar wat wél goed gaat, wanneer bepaald doelgedrag wél optreedt en hoe dat komt.

In mijn groepsplan e.a. plannen beschrijf en benut ik de positieve aspecten.

5. Samenwerken

Ik werk samen met mijn leerlingen. Ik betrek hen bij de analyse, formuleer samen met hen doelen en benut hun eigen oplossingen. Ik vraag hun hoe ik hen kan helpen om ons doel te behalen en verwerk hun ideeën in een plan van aanpak. Zo geef ik leerlingen grip op hun ontwikkeling.

Ik hecht aan ouderbetrokkenheid, werk samen met ouders en zie hen als ervaringsdeskundigen. Daarom betrek ik hen bij de analyse, formuleer ik samen met hen doelen en benut ik hun ideeën en oplossingen in mijn aanpak.

In de samenwerking met ouders geef ik mijn rol als onderwijsprofessional duidelijk aan. Ik benoem ons gezamenlijk belang: mijn leerling/hun kind.

Mijn verwachtingen naar ouders toe verwoord ik helder, zodat zij begrijpen hoe zij het onderwijs op school thuis kunnen ondersteunen.

In gesprekken met leerlingen, ouders en collega’s ben ik duidelijk over mijn bedoelingen. Ik geef aan wat voor mij het doel van een gesprek is, en waarom ik iets vraag of vertel. Zo communiceer ik transparant.

Ik werk samen met collega’s en externe deskundigen om van en met hen te leren hoe ik nog beter kan afstemmen op de onderwijsbehoeften van mijn leerlingen en om mijn vaardigheden op dat gebied verder te ontwikkelen.

Dit gebeurt zowel in als buiten de klas.

Ik sta open voor de feedback en ideeën van anderen en respecteer hun mening.

6. Doelgericht werken

Ik formuleer SMART-doelen voor mijn groep, één of meer subgroepen en een enkele individuele leerling.

Ik hanteer hierbij ambitieuze (hoge maar reële) doelen voor de lange termijn (einde schooljaar) en voor de korte termijn (tussendoelen).

Vanuit deze doelen bewaak ik de ontwikkeling van mijn leerlingen en geef ik hun gerichte feedback: dit hebben we al bereikt, nu gaan we hieraan werken.

Ook voor die leerlingen die extra begeleiding nodig hebben, formuleer ik ambitieuze doelen.

Ik formuleer kleine snelle doelen (samen met de leerling) en gebruik die in mijn communicatie met leerlingen en hun ouders.

Ook voor mezelf formuleer ik doelen waaraan ik wil werken.

Ik evalueer al deze doelen systematisch, stel ze indien nodig bij en benut de conclusies uit de evaluatie bij het bepalen van mijn volgende doelen.

7. Systematisch en transparant

Op school hebben we heldere afspraken over wie wat doet, waarom, waar, hoe en wanneer. De onderwijs- en begeleidingsstructuur is voor eenieder duidelijk.

Ik werk systematisch en planmatig volgens de stappen van de HGW-cyclus op groepsniveau. Ik doe dit minimaal drie keer per jaar. Daarbij gebruik ik ter ondersteuning ‘schooleigen’ formulieren.

Ik analyseer situaties, bereid een en ander goed voor, voorspel wat het effect van mijn aanpak zal zijn, voer deze bewust uit en evalueer of ik bereikt heb wat ik beoogde.

Ik ben open naar collega’s, leerlingen en ouders over het werk dat ik doe, heb gedaan en dat ik van plan ben te gaan doen, alsook over mijn motieven hiervoor. Mijn manier van werken is inzichtelijk voor hen.

Ben je op zoek naar meer informatie rond Handelingsgericht Werken? Wil je dit graag verder uitwerken in jouw school? Neem dan contact op met Lies Pycke, Veerle Wauters of Ann Servranckx.

Dit artikel verscheen in Eigen-Wijs nr 45 (mei 2016).

Reacties zijn gesloten.